“Contra”

Serie Cultureel Erfgoed

Op alle eilanden van de Antillen treft men deze draagbare talisman aan, die definitief van Kongolese oorsprong is. Onderzoek, uitgevoerd door antropologen zoals de Amerikaan Robert Farris Thompson en de Kongolees Fu-Kiau Bunseki, heeft aangetoond dat talismannen, zoals de Antilliaanse contra’s, terug te vinden zijn in alle culturen en folkloristische uitingen van Caribische, Zuid- en Midden-Amerikaanse landen, waar onze voorouders van Kongolese afkomst zich hebben gevestigd. In Brazilië bijvoorbeeld staan dergelijke talismannen bekend als  ‘ponto de segurar’. Op Cuba hebben talismannen zoals de Antilliaanse contra’s namen van Kikongo-afkomst, ‘Makuto’ of  ‘Nkisi’, terwijl zij op Haïti de Franse naam ‘pacquet kongo’ hebben gekregen.

In de Afrikaanse gebieden waar de Bantú-cultuur heerst, worden talismannen zoals de contra gemaakt, die moeten dienen voor het verjagen van wat in Kikongo-taal ‘lu-fukú’ (kwade geur of lucht) heet. Bijzonder is, dat in het Papiaments kwade lucht of tegenspoed bekend staat als ‘Fuku’. Dat is helemaal niet vreemd, als men bedenkt, dat het Papiaments heel veel woorden kent van Kongolese oorsprong (hoofdzakelijk uit de Loango- en Kikongodialecten) zoals maribomba (wesp), sangura (mug), yambo (okra), sambo  en kirindongo. 

Volgens de Kongolese mythologie heeft de almachtige God (Nzambi Mpungu) de mens een natuurkracht geschonken, die de naam ‘minkisi’ heeft gekregen. De voornaamste functie van ‘minkisi’ is de bescherming van mensenlevens tegen ziekte, dood en andere gevaren. De kracht oftewel ‘bacheche’ van een ‘minkisi’ kan worden gevonden in allerlei planten, kruiden en bomen. Alleen, de persoon moet deze kracht kunnen herkennen en moet weten hoe hem te gebruiken. In veel gevallen worden ingrediënten gebruikt waaraan een functie van ‘magie door associatie’ wordt toegekend. Bijvoorbeeld, aarde van een kerkhof , een wegkruising, tweekleurige bonen, wortels van planten of grote bomen, knopen, garen, naalden, blauwsel, hanensporen, haaientanden, kwik of kwikoxide (bezinksel) etc. Al deze ingrediënten hebben een specifieke taak. Bijvoorbeeld: tweekleurige bonen moeten elke geest of alf die de persoon aanvalt, in verwarring brengen. Garen of knopen moeten personen aan elkaar ‘binden’, hanensporen en haaientanden geven de talisman een agressief karakter. Kruiden, plantentakken of –wortels worden gebruikt voor bescherming of aantrekking. In vele gevallen worden deze ingrediënten gebonden in een stuk geitenvel (bijna nooit in een schapenvel!) of stof. Het ‘binden’ van de talisman speelt een belangrijke rol, niet alleen omdat de ingrediënten bijeengehouden moeten worden, maar ook omdat de functie van de talisman  symbolisch ‘gebonden’ moet worden. Er worden ook wel talismannen gemaakt met een loshangend draadje, waarin de drager een of meerdere knopen  moet leggen voor elke nog gekoesterde of reeds vervulde wens. Dus de bindhandeling is een intrinsiek ritueel bij het maken van dit soort talismannen.

In de noordwestelijke streek van Afrika waar de Mandingo-cultuur overheerst, kan een bijzondere vorm van contra-maken worden opgemerkt. Omdat de islamitische godsdienst een grote invloed had op de etnische groeperingen in dit gebied, werden contra’s gemaakt die citaten uit de Koran bevatten. Die werden op het lichaam gedragen als contra’s zoals wij die kennen, of werden – vrijwillig of gedwongen – ingeslikt (!) om het gewenste effect te bereiken. Mensen met slechte bedoelingen dwongen hun vijanden deze geschriften in te slikken, om hen gek te maken of  langzaam te vermoorden. Dit optreden staat in deze streek bekend als ‘ying’, dat de oorsprong is van het Afro-Amerikaanse slangwoord ‘Jinx’ (toverij of tegenspoed).
Er bestaat praktisch geen verschil tussen de manier waarop in Afrika talismannen worden gemaakt en de manier waarop dat in het Caribische gebied, Zuid- en Midden-Amerika gebeurt. De Antillen vormen ook geen uitzondering daarop. Het maken van contra’s was een van de weinige geestelijke uitingen die de Afrikaanse slaaf zich kon veroorloven. Het persoonlijke karakter van een contra en het feit dat hij stiekem gedragen kon worden, hebben bijgedragen tot de populariteit van de contra in de folklore en het volksgeloof van de Antilliaanse eilanden. Pater Brenneker en Elis Juliana hebben verschillende soorten contra’s waarop ze tijdens hun onderzoekingen op de Antillen zijn gestuit, onderzocht en gedocumenteerd.  Bijna zonder uitzondering verschillen deze contra’s niet van gelijksoortige in andere  Caribische en Latijs- of Zuid-Amerikaanse landen. Net als op Cuba en  Haïti, wordt op de Antillen stof of geitenvel gebruikt om de contra te binden. Het is echter niet helemaal duidelijk waarom deze talismannen op de Antillen de naam “contra” hebben gekregen, in aanmerking genomen dat op de Antillen ook contra’s worden gemaakt voor het aantrekken van geluk of liefde. De rol van een contra weet zich  niettemin verzekerd van een hechte plaats in het Antilliaanse volksgeloof.

Bronnen:

– Robert Ferris Thompson Flash of the spirit: African and Afro-American Art and Philosophy. New York: Random House, 1984.
– A. Fu-Kiau Kia Bunseki-Lumanisa. N’Kongo Ye Nza Yakun’zungidila: Nza Kongo (Kinshasa: Office National de la Recherche et de Developpement, 1969)
– Lydia Cabrera. El Monte. Miami: Ediciones Universal; Reprint edition, 1995
– John M. Janzen i Wyatt MacGaffey. An Anthology of  Kongo Religion: Primary Texts from Lower Zaire. University of Kansas Publications in Anthropology 5. Lawrence, Kansas, 1974
– P. Brenneker. Sambumbu : Volkskunde van Curaçao, Aruba en Bonaire, vol. 1-10.  Curaçao: Paul Brenneker, 1969-1975.

Tekst: Bob Harms.  Foto: Prince Victor.