Serie Cultureel Erfgoed

Decompressietank

De stalen druktank die eind jaren 50 is gemaakt door werknemers van Shell Curaçao NV, was ongeveer twintig jaar in gebruik bij het Sint Elisabeth Hospitaal (Sehos). Tientallen duikers met verschijnselen van de decompressieziekte, ook wel ziekte van Bends genoemd, werden er in behandeld.

Lees meer

Het orgel in de snoa

Het orgel in de synagoge Mikvé Israel op Curaçao werd ingewijd op 24 oktober 1866. Het orgel heeft bijna honderd jaar trouw dienst gedaan als muzikale ondersteuning bij de diensten, maar sinds circa 1950 is het orgel niet meer bespeeld.

Lees meer

Pater Nooijen Vroeger en Nu Lead

In 1919 geboren in Bakel (bij het Brabantse Helmond) als middelste zoon in een boerengezin van acht kinderen. Na afronding van het gymnasium in Nijmegen ingetreden bij de Paters Dominicanen. Vervolgens, in 1947, werd pater Nooijen samen met nog vijf anderen als pastoor naar de Nederlandse Antillen gezonden.

Lees meer

Houten huizen

Van 5 tot 7 februari 2003 is in Georgetown – Guyana een conferentie gehouden met als thema “Wooden Urban Heritage in the Caribbean Region”. Aan deze conferentie, georganiseerd door het UNESCO World Heritage Centre, de UNESCO Office for the Caribbean, CARIMOS -Organization of the Wider Caribbean on Monuments and Sites en de Guyanese overheid, werd deelgenomen door vertegenwoordigers van Suriname, Guyana, Trinidad en Tobago, St. Lucia, Dominica, Antigua, Britisch Virgin Islands, Dominicaanse Republiek, Haïti, Cuba, Jamaica en de Nederlandse Antillen. Doel was het inventariseren wat er in deze regio nog aanwezig is aan de stedelijke houtbouw uit het verleden en wat hiervan de moeite waard is om te beschermen en eventueel te plaatsen op de UNESCO World Heritage List.

Lees meer

Historisch gebruik “stranden der zee”: III

“Rancho”

In het Papiamentse woordenboek wordt de term “rancho” gedefinieerd als “armoedig huisje”. Voor de Curaçaose visser had het woord rancho echter een speciale betekenis. In vissersjargon is dit een primitieve hut die door vissers werd opgetrokken uit rotsblokken op de orkaanpuinriggel aan het strand, meestal niet meer dan 10-15 meter van het water vandaan. Daarbij werd geen metselspecie gebruikt. Met drijfhout en takken werd de hut voorzien met een profesorisch dak die beschutting bood tegen de elementen. Deze hutten werden vroeger gebruikt voor overnachting tijdens vis-excursies in afgelegen gebieden. De hutten werden doorgaans via patrouillepaden (patruli’s) en langs de kust te voet bereikt.

Lees meer

‘Monkey-Jar’ of waterkruik

Traditionele Caribische watervaten zijn de dierbare antiquiteiten van twee dames op leeftijd op het eiland Saba. Hoewel de artefacten niet op Saba zijn gemaakt, zijn ze twee interessante voorbeelden van intereilandelijke handel en van de continuïteit van pottenbakkerij als een huisindustrie, die diepgeworteld is in de Caribische geschiedenis. Deze potten zijn gemaakt op Nevis, waar tot op heden traditionele keramische producten worden vervaardigd.

Lees meer

Het muzikale geheugen van de Benedenwinden

De trap op, de deur door met het bordje ‘ofisina/kantoren’. Dáár, op de eerste verdieping van de Openbare Bibliotheek in Scharloo, verscholen voor het grote publiek, ligt een unieke collectie cassettes en CD’s.

Lees meer

Maskarade: erfgoed van het Caribisch gebied en Bonaire

Het Caribische gebied en Latijns-Amerika is rijk aan culturele expressies van Afrikaanse oorsprong. Een van deze expressies is de maskeroptocht ook bekend als ‘Maskarada’ of ‘Maska’.
De maskerades moeten niet verward worden met de viering van carnaval. De gemaskerde vieringen hebben een voorgeschiedenis, die verder teruggaat dan de carnavalfeesten.
De bekendste maskeroptochten in onze regio, zijn de ‘Jonkannu’ van Jamaica, de maskerade van St. Kitts en Nevis, ‘Guloya’ uit het oostelijk deel van de Dominicaanse Republiek, ‘Maskarada’ op Bonaire, en “el baile de los diablitos’ (duiveltjesdans) , van de Afro-Venezolaanse bevolking van de kustplaats Chuao, Aruaca.

Lees meer

Maraca

De jaren dertig en veertig, een wereld zonder televisie, computer en plastic, maar vol van muziek. Vanuit Venezuela en later vanuit Cuba waaien de Latijns-Amerikaanse ritmes over naar Curaçao: música llanero, son, rumba. En met de muziek volgen de instrumenten, zoals de maraca.
‘Het tijdperk van de kalebas’, noemt Elis Juliana de decennia voor de Tweede Wereldoorlog. Van alles werd er van gemaakt. Schepjes, snoepgoed en muziekinstrumenten. Maar anders dan de ‘bastel’, een soort trommel, de ‘gogorobi’, een eenvoudig fluitje van een kleine kalebas met twee gaatjes, en de ‘raspu’, de rasp van de lange kalebas, is de maraca geen typisch Curaçaos instrument. Tegenwoordig wordt de goedkope versie van de ‘rammelaar’ – een gedroogde kleine kalebas, de ‘kalbas di mondi’, gevuld met maïspitten of bonen – voornamelijk te koop aangeboden als souvenir voor toeristen. Maar van oorsprong heeft het instrument een spirituele functie. Het werd, samen met trommels en fluiten, gebruikt tijdens de rituelen van de Inca’s, de Maya’s, de Azteken en tot recent van de Kogi en andere inheemse bevolkingsgroepen van Latijns-Amerika. ,,Meestal één in de hand en soms bonden ze maraca’s aan de voeten”, zegt Harry Moen, leider van de muziekgroep Serenada. Bij de Piaroa, in het Amazonegebied, wordt de maraca nog steeds gebruikt bij genezende rituelen. De maraca bevat dan een blauwe steen.

Lees meer

Lensu di kabes – hoofddoek

Wie nu zijn geld zou moeten verdienen met het knopen van een hoofddoek, de lensu di kabes, eet waarschijnlijk, net als vroeger, droog brood. De traditionele hoofddoek is uit de mode. Net zoals de lange rok en blouse met driekwart mouwen. Jonge meisjes vinden de ‘lensu’ maar ouderwets. Ze dragen wel weer hoofddoekjes, maar de moderne variant lijkt in niets op de kunstwerken van de negentiende en twintigste eeuw.

Lees meer

Marímbula

Het XXII Festival del Caribe, dat van 3 tot 9 juli 2002 in Santiago de Cuba, plaatsvindt, wordt dit jaar opgedragen aan de Nederlandse Antillen, Aruba en Suriname. Een goede gelegenheid om stil te staan bij het cultureel erfgoed dat via Cuba op de Antillen terecht kwam. Daaronder vallen drie muziekinstrumenten: de tres, de bongo en de marimbula. Antilliaanse migranten, die begin 20e eeuw op de Cubaanse suikerrietplantages hadden gewerkt, namen die mee terug namen naar huis.

Lees meer

“Contra”

Een van de spirituele uitingen van Antilliaanse folklore, die ongetwijfeld sterk geworteld zijn in Afrikaanse bodem, is het maken van “contra’s”: pakketjes die als talisman fungeren om het leven van de drager te beschermen of om het leven en de gezondheid van pasgeboren kinderen te koesteren. Ook dienen ze om geluk te brengen of liefde aan te trekken voor het mannelijk of vrouwelijk geslacht.

Lees meer

Archeologie op de Kleine Werf

De kades van de Curaçaose haven worden om de zoveel tijd hersteld en/of uitgebreid. In maart en april 2007 werd de kadewand van de Kleine Werf uitgebreid. Bij de graafwerkzaamheden die zijn verricht voor deze uitbreiding heeft het Nationaal Archeologisch Antropologisch Memory Management (NAAM) de site, bodemprofielen en archeologische vondsten gefotografeerd en geadministreerd. Op basis van de bevindingen beschouwt NAAM de Kleine Werf als een belangrijke site voor historische archeologie.

Lees meer

Momo

Ieder jaar, gedurende Carnaval, keert Koning ‘Rei’ Momo terug in een ander jasje. En op Curaçao komt hij weer anders voor de dag dan op Aruba, en voor de kinderen weer anders dan voor de volwassenen. Begonnen als ‘doodgewone’ pop gemaakt van oude kleren en gevuld met zaagsel en klappertjes, wordt hij nu voorzien van prachtige kleding en gevuld met professioneel vuurwerk. Dit jaar wordt Momo maar liefst 7 meter lang! Koning Momo is geen pop, hij is een mens, of preciezer: een man. Of op zijn minst een pop die leeft. Dat komt omdat er rondom de pop veel leven is, aldus Henry Bethencourt (alias Heroudini) die ieder jaar Koning Momo nieuw leven in blaast… en dat leven ook weer beëindigt.

Lees meer

Ontkroeskam (Peña pa strika kabei)

De haarkapsels van de laatste vijftig jaar van vooral het vrouwelijke deel van onze bevolking is een speciale studie waard. Dat geldt ook voor de heersende percepties over ‘goed’ en slecht’ haar.
Deze bijdrage is een eerste verkenning over de haardrachtcultuur en, om met Elis Juliana te spreken ‘de strijd tegen het haar’.

Lees meer

Een binding met het leven van vorige generaties: Kind- zijn en slavernij

Vanaf 1 juli tot 26 november 2006 is op landhuis Groot Santa Martha, Soto de expositie ‘De Erfenis van Slavernij’ te zien.
Aan de hand van thema’s als plantageleven, straf en verzet, voorouderverering, overleving en empowerment, wordt een beeld gegeven over de geschiedenis en erfenis van de slavernij op de Antillen, Suriname en de rol van Nederland. In dat kader publiceert NAAM nieuwe gegevens over deze nog weinig onderzochte erfenis, zoals deze bijdrage van dr. Linda Rupert promoveerde in april j.l. op ‘Contraband and Creolization: Curaçao in the Early Modern Atlantic World”.

Lees meer

Carnaval en Carnavalskostuum

Over de oorsprong van het Carnaval op Curaçao is weinig bekend. Vermoedelijk is het eind 19e eeuw door de Europese elite naar dit eiland gebracht. In het publicatieblad no.30 van 1872 wordt er voor het eerst officieel melding van gemaakt.
Tot 1953 werd het Carnaval vooral gevierd in sociale clubs. In de jaren zestig werd onder leiding van Elias Bronswinkel het carnaval nieuw leven in geblazen. En vanaf 1970 groeit het Curaçaose carnaval uit tot een jaarlijks volksfeest. Dat begint met een Festival di Tumba, de verkiezingen van een koningin, de Prins en Pancho.
De festiviteiten culmineren met kleurrijke parades.

Lees meer

Karkó – schelphoorn

Sommige instrumenten vergen gedegen vakmanschap om ze te kunnen maken. Een gitaar bijvoorbeeld, of een piano. Andere vind je bijna kant en klaar in de natuur. Zoals de karkó (Strombus gigas Linné) op Bonaire, een blaasinstrument gemaakt van de gelijknamige zeeschelp die uit het binnenwater ‘Lac’ wordt gevist. De natuurlijke trompet is zó gemaakt, maar het is een hele kunst om hem te bespelen.

Lees meer

Praalwagen

Carnaval: viering van een volksfeest
Over de oorsprong van het Carnaval op Curaçao is weinig bekend. Vermoedelijk is het eind 19e eeuw door de Europese elite naar dit eiland gebracht. In 1872 wordt er voor het eerst officieel melding van gemaakt. Tot 1953 werd het Carnaval vooral gevierd in sociale clubs. In de jaren zestig werd onder leiding van Elias Bronswinkel het carnaval nieuw leven in geblazen. En vanaf 1970 groeit het Curaçaose carnaval uit tot een jaarlijks volksfeest.

Lees meer

Kerkklok (Saba)

De klok van de Anglicaanse kerk Holy Trinity van Saba, die eind negentiende eeuw voor het eerst luidde, is terug en in haar vroegere glorie hersteld. De nieuwe locatie is vóór het toeristenbureau te Windwardside. De klok hangt in een replica van een oude Sabaanse houten klokkentoren, compleet met vernuftige, roodgeschilderde dakpannen die bezoekers herinneren aan het ambacht van de dakwerker dat nog steeds op dit kleine eiland bestaat.

Lees meer